Fondations

Frans 2e graad · 3EW · 3HW · 3NW · 4EW · 4HW · 4NW

Zo werk je:
  1. Kies een module.
  2. Maak eerst de instaptoets.
  3. Oefen de reeksen die het lab je aanraadt.
  4. Maak de hertoets en kijk hoeveel je gegroeid bent.

Modules

1
Présent regelmatigWerkwoorden op -er · Werkwoorden op -ir (type finir) · -re en spellingvalkuilen
→
2
Présent onregelmatigDe grote 4 · Kunnen, willen, moeten, weten · Nemen, komen, lezen, schrijven, leggen
→
3
Futur proche & passé récentFutur proche · Passé récent · Kies zelf: toekomst of verleden?
→
4
Passé composéMet avoir, regelmatig · Onregelmatige deelwoorden · Met être + overeenkomst
→
5
LidwoordenEen hoeveelheid: du, de la, de l', des · à + lidwoord: au, à la, à l', aux · de + lidwoord: du, de la, de l', des
→
6
Meervoud & vrouwelijkVrouwelijk · Meervoud · Valkuilen en combinaties
→
7
Bezittelijke & aanwijzende vnw.mon · ton · son · notre · votre · leur · ce · cet · cette · ces
→
8
VoorzetselsLanden en steden · Vervoer · chez of à?
→
9
Ontkenningne … pas · pas de / pas d' · jamais · plus · rien · personne
→